
De mate van mobiliteit, de duur van het kassawerk achter elkaar en de frequentie van het opstaan, bepaalt de meest passende type kassawerkplek.
De volgende richtlijnen zijn van toepassing:
Het schema hiernaast helpt bij de keuze voor de inrichting van de kassawerkplek.

De medewerker kan goed achter de kassa of toonbank staan als hij voldoende been- en voetruimte heeft:


De kassawerkplek is zo ingericht dat de kassamedewerker op ongeveer gelijke ooghoogte kan werken als de ooghoogte van een staande klant. Dit kan gerealiseerd worden door een in hoogte verstelbare stoel of een verhoogde vloer van de kassa.